Tijd is een illusie
Alweer de laatste post, het laatste weekend, de laatste hotelkamer en het laatste vliegtuig van onze reis. En tegelijkertijd het eerste vliegtuig van een nieuwe reis, een nieuw avontuur en nieuwe uitdagingen. Tijdens deze reis is het weer duidelijk geworden dat er een verschil is tussen fysische- en innerlijke tijd. Onze tijd is voorbij gevlogen en we kunnen ons nog goed herinneren dat we de eerste sneeuwfoto postten, dat we smulden van het diner van chef Wanto en dat we door onze familie en vrienden werden uitgezwaaid op Eindhoven 'International Airport'.
Vanuit Bangkok brengen we jullie nog even kort op de hoogte van onze laatste drie weken noord Thailand. Nadat we in Chiang Mai zijn aangekomen start onze achtdaagse cursus Tai Chi Chuan. Een vorm van 'martial arts' van de shaolin monikken waarbij de nadruk niet alleen op het fysieke aspect (zelfverdediging) ligt, maar ook op de filosofie en meditatie. Een ontzettend interessante cursus die alle tijd en energie meer dan waard is geweest!
Na de cursus besluiten we om een dagje 'elephant owner for a day' te spelen. De naam zegt al wat het inhoudt! Leuk om te doen, zeer vriendelijk personeel en erg professionele 'farm'!



Na de olifanten willen we nog graag een paar dagen iets van de omgeving bekijken. Het bergachtige noorden verkennen kan natuurlijk op geen andere manier dan een onafhankelijk vervoersmiddel. Dat wil normaal gesproken zeggen een motorbike. Maar we (lees we as-in Marc-) zijn de 125cc'tjes meer dan beu. Bovendien verlangen deze bergen een motor met iets meer powerrrrrrr! Dus, et voila, zie hier de Honda Phantom!

Woehoe! What a ride baby! Heerlijke cruisen we onder het rommelend genot van de motor over de lege wegen en door de bergen....! Wauw, wauw, wauw! Voor herhaling vatbaar!



We beginnen en eindigen met tijd. Toen we zaterdagmiddag Chiang Mai incruisten leken we zeeen van tijd te hebben. We geven de routekaart van Keith terug en rijden naar Jacky voor een goede maaltijd alvorens we de slaaptrein naar Bangkok in willen stappen. Al uitbuikend van de lekkere masaman-curry bekijken we wat foto's terwijl Jacky nog een aantal sandwiches voor onderweg maakt. Een korte blik op ons treinkaartje zorgt echter voor de eerste mini hartaanval... Om 17:25 zien we dat onze trein opm 17:55 vertrekt, terwijl wij een vertrektijd van 18:55 in ons hoofd hadden! We moeten nog in het centrum de motor terugbrengen, in het noorden van de stad de tassen bij het hostel halen en naar het oosten voor het treinstation! Holy cr......! We werpen Jacky geld en handkusjes toe terwijl ik het gas van de motor vol open draai. Enkele seconden later staan we voor 'Mr. Mechanic' en grits ik vriendelijk mijn paspoort uit de handen van mevrouw mechanic, 'sorry, gotta run! the bike is fine!'. Maike heeft een tuk-tuk aangehouden en we bieden haar het dubbele van de normale prijs als ze ervoor zorgt dat ze minimaal dubbel zo hard rijdt. Na tien minuten springen we bij ons hostel uit de tuk-tuk en gooien de tassen erin. Al rijdend springen we er weer terug in om later tergend lang voor het rode stoplicht stil te moeten staan... Via de achteringang en nog net niet met piepende banden rijdt de tuk-tuk bijna het perron op. We zijn dichtbij genoeg om te horen dat de fluitjes fluiten, de vlaggen wapperen en de passagiers hun familie uitzwaaien..... Gelukkig hebben conducteurs niet alleen groene vlaggen (=gaan met die banaan) maar ook rode (= wel duidelijk). Als Maike aan komt rennen en roept 'stop, stop, stop!' en ik erachter aan waggel met de drie tassen gaat de rode omhoog. Piepend komt de trein tot stilstand, we've made it! Tassen erin gooien en eerst even bijkomen, this was close!
We bekijken onderweg een filmpje, eten een sandwich, halen onze bijna-hartaanval-ervaring nog eens op en Maike krijgt de slappe lach van een erg komisch figuur die onze ober is. In Bangkok doen we niet heel veel meer. we genieten van een prachtig hotel, eten een hapje in de stad en zien Duitsland een geweldige wedstrijd spelen. Morgen vliegen we en we hebben (net als van Vietnam naar Indonesie-) in het vliegtuig even de tijd om alles op een rijtje te zetten. We hebben gelukkig beiden een ontzettend mooie- en bijzondere reis gehad. Er staat nog genoeg op het verlanglijstje maar er is op dit moment niks wat we nog graag hadden willen doen, zien of ervaren. Bedankt voor het lezen en reageren en tot snel!!
Groet,
M & M
Nog zoveel niks te doen...
Pas in het vliegtuig van Bali naar Bangkok afgelopen vrijdag hebben we de tijd genomen om het verhaal van onze (bijna-) twee maanden Indonesie af te maken. We hadden het verhaal eerder af kunnen hebben maar we zijn er simpelweg niet aan toegekomen! We hadden het zo nu en dan tijdens het reizen best druk en daarom geen tijd om te schrijven (klinkt ongeloofwaardig), maar in Indonesie hadden we het veel te druk met niks doen (klinkt nog ongeloofwaardiger) en daarom geen tijd. En ondanks dat je het tegendeel zou denken is 'niks doen' nog best lastig. 'Niks doen' staat tenslotte niet hoog op de Nederlandse agenda, we zijn getraind en opgevoed om vooral veel iets te doen, niet niks te doen. Sterker nog, het is bijna taboe om 'niks te doen' en het wordt als 'zonde van je tijd' gezien. Wat dat betreft komt het maar goed uit dat je in Nederland vaak geen tijd hebt om niks te doen. En als je dan een keer niks kan doen (bijvoorbeeld tijdens tien minuten vertraging van de NS of bij de tandarts wanneer die te laat is), vinden we het verschrikkelijk!
In Indonesie is nog heel veel niks te doen en de mensen zijn (met alle respect) professionele niksdoeners. 'Iets doen' kunnen ze prima, maar 'niets doen' misschien nog beter. Na twee dagen Jakarta krijgen we onze eerste les 'niks doen' als we besluiten om met de bus richting Pangandaran in het zuiden van Java te vertrekken. De publicbus gaat twee keer per dag en eerst wachten we een-, dan twee- en uiteindelijk zes uur omdat de bus ietsjes later dan normaal vertrekt.
Tijdens het wachten raken we aan de praat met Endang en zijn zus. Ze zitten hier al vanaf half tien nadat ze net de ochtendbus gemist hadden. Op een bankje, gewoon zitten en wachten. Geen boek, geen mp3, geen telefoon die tevoorschijn wordt gehaald... Gewoon wachten. Acht en een freakin' half uur lang. En zij twee zijn niet de enigen, overal op het perron zien we mensen gewoon zitten en wachten. Het zal vast heel Hollands zijn, maar we vinden beiden 8,5 uur lang zitten, wachten en niets doen niet alleen moeilijk maar ook een beetje zonde van onze tijd. Maar toch kunnen we veel leren van deze professionele niets-doeners. We zijn zo gewend geraakt aan een overvloed van informatie gedurende de dag dat 'niets doen' volgens mij niet eens meer in de Dikke van Dale is opgenomen. Er liggen zelfs boekjes op de wc om te voorkomen dat je niks doet! Het wordt ons zo makkelijk gemaakt om onszelf te ontlopen dat het eigenlijk niet gek is dat we onszelf amper kennen! Dus het lijkt misschien zonde van onze tijd om gewoon 'niks te doen' maar zo slecht is het misschien nog niet. Maar goed, terug naar waar we waren gebleven...
Aangekomen in Pangandaran valt het dorpje en de surf ons wat tegen en we vertrekken na twee nachten naar Batu Caras, een mini dorpje aan het strand enkele tientallen kilometers verderop. Heerlijke mellow golfjes komen hier iedere dag binnenrollen die ons doen wennen aan de 'indo-swell'. We hadden gedacht twee nachten te blijven, maar twee nachten worden er uiteindelijk zeven. Endang en zijn zus wonen in de buurt en we spreken nog een aantal keer met ze af. We ontmoeten de familie, horen hun levensverhalen aan en eten wat de pot schaft met ze (met de RECHTERhand natuurlijk....moeilijk voor iemand die links is...). In de supermarkt gniffelt Endang als hij ziet dat Maike wc-papier in haar mandje legt. We proberen erachter te komen hoe 'het' in Indonesie dan gebeurt als je geen wc-papier hebt maar dit blijft voorlopig nog een mysterie aangezien we de voor de hand liggende opties vanuit praktisch oogpunt moeilijk kunnen geloven.
We staan een aantal keren vroeg op om een ochtendsessie te houden onder de opkomende zon. In het weekend is het vaak wat drukker maar toch staan we verbaast te kijken als om iets over zes de Bananenboot zijn eerste rondjes maakt met gillende Javanen achterop. We hadden toch een ander idee van rustig wakker worden met een morning session.
Bijna iedere dag is er swell en de vriendelijke kleine golven vormden de perfecte combinatie om de basics weer wat onder de knie te krijgen.
We hadden in Nederland een deal met elkaar gemaakt dat we alleen in een 'wat luxer hotel' konden slapen als een van ons ziek zou zijn. Ik denk dat we ten tijde van het maken van die afspraak bewust de term 'wat luxer' vaag hebben gehouden, maar dat ter zijde. Bij gebrek aan goede- en beschikbare budgetopties in Yogjakarta belanden we in een hotel wat Maike 'het paleis' noemt en vormt dit (tot dan toe-) de enige uitzondering op onze in Nederland gemaakte regel. Een goed matras, een fraai ingerichte kamer met een kast (wat een luxe...), een wasbak (unicum) en een enorme regendouche met warm (!) water, inclusief ontbijt.
We oefenen het niks doen in Yogjakarta, bekijken de stad, bezoeken de open air theather voorstelling bij de tempels van Prabandaran en The Royal Palace:

Na alle droge periodes in de rest van Azie maken we in Indonesie (eindelijk) weer eens kennis met regen. Bij een Hollands buitje vraag ik me weleens af wanneer ik natter wordt; als ik wandelend- of rennend door de regen ga? Als ik ren vang ik in korte tijd veel druppels, maar als ik een te lange tijd doe over de afstand ook... Wat is de ideale snelheid en wat is wijsheid... Wellicht een beetje idioot om je er zorgen over te maken, je moet van A naar B en nat wordt je toch. Maar misschien dat iedereen een neurotisch trekje heeft en grote kans dat dit (een van-) de mijne is.
In Indonesie merk ik dat mijn 'neurotische trekje' alleen bij een Nederlandse bui opgaat, niet bij een Indonesische. Want zelfs als het echt hard regent haalt de Nederlandse regen het nog niet bij de 'mousson style regen' van Indonesie. De regen hier is van die regen waarvan je denkt: 'nou, harder dan dit kan het echt niet regenen hoor' en dat er dan juist op dat moment nog even een schepje bovenop gedaan wordt. Met regen 'mousson style' hoef je je geen zorgen te maken over het feit of je tijdens 'doorlopen in een gematigd tempo' misschien minder druppels vangt dan rennend door de regen. Mousson style regen betekend de bus uitstappen en voordat je je tas op je rug hebt tot je ondergoed nat zijn.
Deze drie jongens hieronder zijn geboren ondernemers. Hun recept is simpel; wacht op de regen, koop (of leen) een paraplu en wacht vervolgens bij het busstation totdat er een bus aankomt. Ik zei toch dat je voor je je tas op je rug hebt al doorweekt bent? Dat betekend gegarandeerd klanten die maar al te graag droog van de bus naar het station gebracht willen worden!



We gaan met de trein van Yogjakarta naar Sempol, een klein dorpje aan de voet van het Ijen-plateau waar we de Ijenvulkaan willen beklimmen. Het zal een lange dag worden van in totaal 14 uur reizen met piepkleine 'bemo's' en overvolle treinen waar de kakkerlakken Maike van haar slaap houden.
Veertien uur reizen is natuurlijk lang, vooral veertien uur in de goedkoopste optie van het openbaar vervoer. Maar dit betekend ook veertien uur gratis training in niks doen! En de economic-train zit vol met proffesionele niksdoeners, dus we hebben alleen maar mensen om ons heen waar we ons niveau aan op kunnen trekken. Stiekem valt ons het zwaar om zolang niks te doen, na een uurtje zijn we de lage, rechte en vooral zeer harde banken meer dan beu. Maar in het gangpad van de wagon lijkt er geen einde te komen aan de muzikanten en verkopers met eten, speelgoed, boekjes en dvd's. De ontuitputtelijke bron van deze muzikanten en verkopers zorgen ervoor dat we geen rust kunnen vinden om een boek te lezen, een gesprek te voeren of om een andere vorm van 'iets doen' te kiezen. Dan maar niks doen...
De beklimming van Ijen is een eitje in vergelijk met de voorbereidingen die we moesten treffen. In deze uithoek van oost Java zijn weinig touristen, weinig transport mogelijkheden en accomodatie. En schaarste voert de prijs op waardoor het een behoorlijke klus is om het vervoer, accomodatie en eten voor een betaalbare prijs te organiseren. De betaalbare accomodatie is eigenlijk nog steeds te duur, vooral voor het geen wat je voor die prijs krijgt. Bij gebrek aan beter verblijven we een drietal nachten in een kamer vol schimmel op de muren, een vieze badkamer en smakenloos eten.
In de krater wordt sulfier opgegraven. De vloeibare sulfier komt uit de krater, verhard, wordt losgebikt en in manden gestopt. Deze manden worden vanuit de krater 200 meter omhoog gebracht en daarna begint de lange weg naar beneden waar aan de voet van de berg vrachtwagens klaarstaan om het verder te vervoeren. Het werk is niet alleen fysiek erg zwaar maar ook bijzonder ongezond voor de dragers. Een enkele drager heeft een luchtmasker (vaak gekregen van een tourist) maar de meesten klimmen zonder bescherming van hun longen de verstikkende gele rook beneden bij de krater in. Wij zijn even naar beneden geklommen om het werk van dichtbij te bekijken. Na een tiental minuten draaide de wind en werden we omgeven door de dikke gele rookwolk die je niet alleen je adem-, maar je ook het zicht ontneemd. Met tranende ogen en een scherpe pijn in onze luchtpijp en longen klommen we, geleid door een drager, zo snel mogelijk weer naar boven. Het is ongeloofelijk in wat voor condities deze mannen moeten werken, vooral als je nagaat dat ze 6000 Indonesische Rupia (0,52 eurocent) per kilogram krijgen. Twee manden vol wegen in totaal ongeveer 70 kilogram en het neemt een paar uur in beslag om ze vanuit de krater naar beneden te krijgen, tel uit je winst...



We laten Java achter ons en gaan door naar Bali. De golven van Medewi zijn onze eerste stop. Deze mini nederzetting kan ons hart niet veroveren en ook de golven en het strand niet. Ondanks dat we hier de beste Nasi Campur hebben gegeten gaan we door om wat cultuur te snuiven in het mooie, rustieke Ubud.
Ubud is ongetwijfeld drukker en groter dan een tiental jaren geleden maar het voelt nog steeds aan als een klein dorp waar een wat hippie-achtige sfeer heerst. De velen biologische restaurantjes, mogelijkheden tot re-fill van plastic flessen, (vrouwen zonder bh-, hoeft niet perse bij iedereen) en yoga vormen hier de boventoon. Tijdens ons bezoek maakt het dorp en de omgeving zich klaar voor een van de vele Hindoistisch feesten van enkele dagen waar het gebed, offeringen en de familie centraal staat. We verblijven in een van de twee kleine appartementjes in de achtertuin van een jonge familie. Op de dag dat de feestelijkheden beginnen worden we door 'de vrouw des huizes' aangekleed in een traditionele Balinese outfit. Deze outfit is een vereiste om de offeringen in de tempels te aanschouwen en we zijn ze dankbaar hiervoor. Op het begin voelt het een beetje vreemd om zo over straat te gaan, maar alles went.....



Na een korte tussenstop in Pandangbai gaan we met de veerboot naar Lombok en met de bus naar Kuta, een klein dorpje aan de zuidkant van het eiland. Ook hier verblijven we veel langer dan verwacht. De sfeer is er zo goed dat we na een week beseffen dat als we nog iets anders willen zien dan alleen de prachtige surf op Lombok dat de tijd dan wel begint te dringen! We laten net als in Vietnam de twee backpacks bij het hostel achter en gaan met twee daypacks en een motorbike op pad. Een tocht van tien dagen die ons leidt door centraal Lombok, west Summbawa en via de noordkant van Lombok naar het dorpje Seanur aan de voet van Mount Rinjani.


Mount Kinabalu (om jullie geheugen even op te frissen: dit was op Borneo) was een fysieke uitdaging, maar Rinjiani is nog een tandje zwaarder, langer en meer basic. We gaan de berg in drie dagen beklimmen en onze mond valt open van de ontzettend mooie omgeving maar ook van de hoeveelheid afval die hier aanwezig is! Op de plek waar het basecamp wordt opgezet is vrijwel geen gras of zand meer te bekennen, het gehele basecamp is bezaaid met afval van jarenlange trekkingtochten. Nu is het probleem van afvalverwerking overal in Azie aangwezig, maar zo extreem als op Indonesie hebben we het nog niet gezien. Het meeste afval wordt door de bevolking zelf op straat verbrand of langs de oevers van de rivier begraven. Op Java vroegen we in de trein aan een lief omatje tegenover ons wat we met ons afval van de nasi ayam moeten doen. Ze pakt het en werpt het door een van de open ramen naar buiten. Haar gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen, ze heeft geen besef van watvoor schade dit toebrengt en hoelang het afval blijft liggen. Beide kanten van de spoorlijn is bezaait met vele jaren van verpakkingen van nasi ayam. Op de boot van Sumbawa naar Lombok komen we de eerste man tegen die een plastic fles op het dek opruimt, zo lijkt het.. Want met een achteloze polsbeweging zweeft de fles door de lucht, over de railing het water in bij de rest van plastic flessen, bakjes en tasjes...
Vanuit het basecamp is het zwaar om van 3 tot iets voor 6 am te klimmen op alleen een kopje thee met drie scheppen suiker. Op het ijen plateau (Java) hadden we een Engelsman ontmoet die 's chtends tegen ons zei: 'You know, you can march and army on tea and biscuits, march and army!' Hij liet dit daarna ook zien door tijdens de beklimming een tempo te kiezen die geen van ons bij kon houden. Maar voor ons als 'niet-Engelsen' is alleen thee weinig brandstof voor een beklimming maar we hebben geen keuze en zullen het ermee moeten doen.
Het laatste stuk naar de top is steil, erg steil. Een stijgingspercentage van 25 tot 35 procent is fors en het korrelige gruis van vulkaanzand bemoeilijkt de klim nog meer. Tijdens een drinkpauze kreeg ik een forse reality-check toen ik naar de top keek en tegen onze gids zei 'probably some 45 minutes more?' en hij antwoordde dat het nog 2 (!) uur was. De top leek zo dichtbijj maar was nog zover weg... De laatste loodjes wegen het zwaarst en meer van zulke wijsheden spookten door mijn hoofd. De beklimming lijkt wel op een metafoor van het leven.
Eenmaal boven loeit de harde en koude wind en daalt de temperatuur zover dat we onze vingertoppen amper meer voelen. Het uitzicht is geweldig en het is voor het eerst in weken weer wolkenvrij op de top. Door het goede zicht zien we Sumbawa, de Gilis en Bali liggen.
Op de weg terug laat de jongste vulkaan van het eiland nog even zien dat 'ie vol leven zit en spuwt een lading as uit. Alle vliegtuigen vliegen nog in zuid oost Azie, dus deze uitbarsting was niet te vergelijken met Ijsland, maar indrukwekkend was het wel!



Drie dagen klimmen, niet douchen en slapen op de harde grond gaat 'je niet in de koude kleren zitten' en we besluiten met een stel die we tijdens de beklimming hebben ontmoet naar het touristische Gilli Meno te vertrekken. Een betere plek om niks te doen kunnen we ons bijna niet voorstellen aangezien er naast het snorkelen helemaal niks te doen is op het mini eilandje. En met mini bedoelen we ook mini, binnen anderhalf uur ben je het hele eiland rond.
We zijn blij verrast als we op het eiland zelf zien dat het hoogseizoen nog lang niet begonnen is. Er is accomodatie in overvloed en het kleine eilandje herbergt nog maar een kwart aan zijn capaciteit van touristen. We hebben zicht op de Mt Rinjiani gehuld in wolken.
Na twee volle dagen recupereren zijn weer voldoende herstelt dus: surf's up, Kuta Lombok, here we come! De motorbike-ronde eindigt weer in Kuta en we plakken er wederom een weekje surfen tegenaan. Het ritme bevalt ons simpelweg te goed, we zouden dit nog wekenlang vol kunnen houden. In de ochtend staan we op en gaan we met de motorbike naar Grupuk, zo'n zeven kilometer ten oosten van Kuta. Daar staat onze vaste 'captain' al te wachten op ons en zodra het bootje klaar is klimmen we er met de surfboards in. Tuffend door het prachtige turquoise/blauwe water worden we naar het rif gebracht waar we surfen tot we spagetti-armen hebben. Loom trekken we ons weer aan boord en worden we nagenietend en na pratend weer terug gevaren. Eenmaal terug in Kuta eerst het zoute water afspoelen, dan eten, daarna vaak een siesta, eventueel een tweede sessie, weer eten, biertje en vroeg in bed om de volgende dag alles weer te herhalen! Hmmmmmm...! Life is gooooood!!



Twee dagen voor Maikes verjaardag vertrekken we naar Bali. We stoppen in Candidasa om het eerste cadeautje van Maike op te halen. Na een nachtje laten we bij de joviale Australier Gary wederom onze backpacks achter en vertrekken met motorbike naar een voor Maike nog onbekende bestemming. Langs de prachtige en rustige oostkust rijden we naar Blue Moon Villa's in Selang. Weg van de drukte in zuid Bali verblijven we hier drie dagen uberluxe dichtbij kleine vissersdorpjes. Het zwembad voor de deur, het geluid van de zee in de kamer, de chocoladetaart bij het diner en een 'verassingsontmoeting' met twee erg goede vrienden maakten van de verjaardag en de andere dagen een groot succes!


Op weg terug naar Kuta komen we ('eindelijk'-) in aanraking met de corrupte politie. Het was eigenlijk al een wonder dat we tijdens de velen kilomters in de verschillende landen nog niet een keer zijn aangehouden, maar dat het de laatste vijf kilometer van onze motorbiketrip moest zijn is wel een beetje wrang... Er was natuurlijk niks aan de hand, maar de politieagent haalt allerlei dreigementen en boetes tevoorschijn die we moeten betalen. Na wat onderhandelen komt de prijs van onze 'overtreding' uiteindelijk op 100.000 Indonesische Rupiah te liggen.
In Kuta zelf lopen we twee uur in de regen om een goede accomodatie te vinden. 'Ijen-accomodatie' (= muren vol met schimmel) willen we niet en de rest is vol... Het is al met al een lange reisdag met een corrupte politieagent en urenlang lopen in de regen.. Tja, het kan niet altijd feest zijn!
We zijn afgelopen vrijdag van Bali naar Bangkok gevlogen en na zes uur 'niks doen' op Bangkok International Airport doorgevlogen naar Chiang Mai, noord Thailand. Hier kijken we over een uurtje of twee naar de 3-0 overwinning van Nederland op Denemarken en we zullen de laatste 2,5 week in deze regionen doorbrengen. Dan vliegen we terug naar de Oranje straten! Adios!
ps. Beter goed gejat, dan slecht verzonnen... A special thanks to 'our main man' Wanto!
'Off the beaten track' met de Lonely Planet op zak onmogelijk?
We hebben het geprobeerd, echt waar. Nu leerde mijn vader en mijn eerste werkgever me altijd dat je dingen niet moet 'proberen' maar dat je ze 'doet' of 'niet doet'. Dus wellicht dat het 'proberen' ten grondslag ligt aan het feit dat we wederom een veel te lang verhaal gaan posten. Maar voor de mensen met weinig tijd is er hoop! Scroll lekker op je gemak naar onderen. Op deze manier zie je enkele foto's van Vietnam en ons twee, lees je onderaan het verhaal de laatste alinea om een goede indruk te krijgen en heb je nog genoeg tijd om een reactie te plaatsen. Een andere optie is naar bol.com gaan om dit boek te kopen ('Gebruik je hersens' van Jan-Willem van den Brandhof) een geweldig boek en goede inspiratie voor vanallesennogwat. In het boek staat een referentie naar een cursus snellezen bij de auteur. Lijkt me in deze tijden waarbij we steeds meer informatie snel tot ons moeten nemen 'your money well spent'.
Voor de mensen met meer tijd, geen- of saai werk, te lange pauzes of die gewoon erg geinteresseerd zijn in wat we meemaken: dit keer geen felicitatie onderaan de tekst, maar we waarderen dat je op de hoogte blijft en de tijd neemt om onze ervaringen te lezen!
Eerst nog even een reactie op de reacties over Maike en rijst. Over het algemeen gaat het erg goed en zal de eerste aankoop in Nederland een pan zijn om rijst in te stomen. Maar op het platteland in Vietnam zijn er regelmatig vrij weinig andere culinaire lekkernijen te krijgen dan 'pho' (noodle-soup). Nu is dat prima, maar na de 121ste noodle-soup die we iedere dag rond lunchtijd (en vaak 's avonds weer) eten krijgt Maike steeds sterker de engelse associatie 'poo' bij het woordje 'pho'! En eerlijk gezegd, deze pho was niet de lekkerste; we've had better.... De kalverenpoep met kokus die we gegeten hadden was misschien wel viezer qua gedachte maar absoluut lekkerder qua smaak. De kalverenpoep met kokus bleek een culinaire lekkernij waarvan wij dachten dat het chocolade met kokus was! En Maike's behoefte aan chocolade was (zeker na alle 'poo') zo groot dat ze zelfs twee happen heeft genomen, haha, goede grap!
Verder houdt het hier wel op qua vreemd eten voor ons twee. Ok, de ondefineerbare vis-achtige balletjes in onze soep eten we gewoon en soms weten we niet of we hond of kip aan het eten zijn. Maar een paar happen gefrituurde vogelspin of sabbelen op gebakken kippenpootjes of varkensoor zit er voor ons niet in. Het weirdste wat we (naast de kalverenpoep-) hebben gegeten is een gefrituurd krekeltje, die gaat er wel in! MMMMMM!
Wanneer we op de boot naar Vietnam stappen is het nog vroeg in de ochtend maar we voelen de temperaturen alweer snel oplopen. Wat onze verwachtingen zijn van Vietnam... ? We don't know. We proberen door te gaan met 'niks' te verwachten en we slaan op de boot voor de eerste keer onze Lonely Planet van Vietnam open. De 'tour of duty' bandjes die Marc vroeger met Joris in Oostenrijk luisterde vormen samen met de films over de Vietnam-oorlog een zeer gedateerd beeld van Vietnam. De Lonely Planet (LP) blijkt tot op heden een goede en practische reisgids te zijn en deze kan ons misschien wel helpen om de achtergrondinformatie over Vietnam up-to-date te krijgen.
Nu de LP de best verkochte reisgids ter wereld is en kopieen van alle landen op iedere straathoek hier te verkrijgen zijn vragen wij ons af of we nog wel zelf iets kunnen ontdekken. De planeet is immers lang niet meer zo 'lonely' als je de LP volgt...
Het noorden van Vietnam lonkt naar ons door de verlaten bergen, de 'hill-tribes' en het koele klimaat maar we besluiten om voor het 'reizen' en niet voor 'racen' te gaan. Het land is te groot om binnen drie weken echt goed te zien en we besluiten het noorden dus voor een (hopelijk-) volgend bezoek te bewaren. Fietsen zou de ultieme manier van vrijheid zijn en garant staan voor nieuwe ontdekkingen die zo in de LP kunnen, maar de temperatuur en het gebrek aan goed fietsmateriaal lijkt een einde aan dit idee te maken. Het vliegtuig en de mini-busjes vallen bij voorbaat al af dus blijft er maar een vervoersmiddel over... Het vervoersmiddel waar iedere familie in Vietnam er minimaal een van heeft staan. Het vervoersmiddel waarvan er meer verkocht zijn in Vietnam dan in ieder ander land in azie. En het vervoersmiddel waarbij je songtracks als 'born to be wild' en metallica in je hoofd hebt: de motorbike! We stuiteren bijna van enthousiasme en Marc kan zich nog precies voor ogen halen hoe tof de aflevering van Top Gear was toen ze door vietnam gingen met oude motorbikes (voor de liefhebbers: http://topgearepisodesonline.com/?p=453 ). Vanuit Ho Chi Minh de historische 1A langs de kust omhoog rijden en wel zien hoever we komen, that's a good plan!
Ondanks dat we met onze gedachten al op de motor zitten bevinden we ons nog op de boot, genietend van de zon en het uitzicht. De Mekong-delta doet wat Nederlands aan met de vlakke agrarische velden en het water. We komen met de boot in het grensdorpje Chau Doc aan. Hier belanden we in een vies en rommelig hostel die voor de verandering geen koud water heeft maar alleen super ondouchebaar kokendheet water uit de douchekop laat stromen. We zijn de boot afgekomen met een goed idee om Vietnam te exploreren en met drie vrienden rijker. Een grappige mix van twee hasjrokende hippies van middelbare leeftijd (een nederlandse en spanjaard) en een amerikaanse die hyperenthousiast is zoals alleen amerikanen dat kunnen. We lijken allemaal de combinatie apart maar prettig te vinden want we trekken de komende dagen met elkaar op.
We leren in deze eerste dagen dat het leren spreken van Vietnamees niet alleen ontzettend moeilijk maar ook erg grappig is. Wanneer je met een verkeerde intonatie 'chin chao' ('hallo') zegt, zeg je eigenlijk 'rijstenpap'.. zo heb je in ieder geval wel de lachers op je hand. En zo zijn er nog many more...... 'Geen probleem' in het vietnamees met een andere intonatie betekent 'geen penis' (ook grappig) en dan hebben we het nog niet over het woord 'tien' en 'ma'. 'Tien' kan vijf verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van hoe je het woord uitspreekt.. Het kan geld, engel, doe maar, comfortabel en doei betekenen, 'Ma' kan moeder, geit, rijst, welke, paard en grafkist betekenen, wat een weirde combinatie! En wanneer je 'rijst' in het vietnamees schrijft, schrijf je 'batcom' wat je uitspreekt als batcum...! Naja..... wij vinden dit in ieder geval grappig :)
Vanuit Chau Doc hebben we een tour geboekt die ons met voornamelijk bootjes langs de Mekong-delta leidt om o.a. de floating markets te bezoeken en verschillende lokale fabriekjes en viskwekerijen.

We overnachten de eerste nacht in een klein dorp langs de rivier (een 'homestay') en bezoeken 's morgens om vijf uur de kleine markt, waar verkopers uit het dorp hun handelswaar uitstallen. Levende kikkers, een gans, drie kippen inclusief eieren en andere 'lekkere' dingen zien we liggen. Vietnamese mannen zijn volgens onze gastheer beroerde onderhandelaars. En omdat niet alleen touristen, maar ook de lokale bevolking moet onderhandelen over de prijs staan er vrijwel alleen vrouwen voor en achter de kraampjes. De mannen zitten tegenover de markt op de mini-plastic stoeltjes de eerste 'cafe da' (koffie met wat suiker, melk en ijs) van de dag te drinken.

We hadden het eerder al gehad over de 'whitening creme's' die hier bij de vleet verkocht worden. Het gras is ook in het Oosten groener bij de buren want ook hier willen alle mensen altijd iets wat ze niet hebben. In het westen willen mensen een 'nose job' omdat 'ie te groot is, hier willen ze er een omdat 'ie te klein is. Waar in Nederland de industrie van afslanken d.m.v. vieze shakes, pilletjes en operaties floreert willen hier mensen juist dik zijn! Want naast wit zijn is dik zijn hier ook een van de uiterlijke kenmerken van welvaart.
In Azie ligt het gezonde eten (zoals het hoort-) voor het oprapen. Vers groente en fruit is op iedere straathoek te verkrijgen en veel goedkoper dan ongezond eten. In Azie kan je je dus niet onderscheiden d.m.v. een gezond en uitgebalanceerd dieet (zoals dat wel in o.a. Nederland kan), maar als je de financiele middelen hebt kan je je onderscheiden van de arbeiders door je helemaal vatsig te eten! En dat verklaart ook waarom we zoveel mannen met hun t-shirt opgestroopt rond zien lopen......zodat hun buik te zien is. Want een six-pack hebben ze liever in de vorm van bier in hun buik dan op hun buik en als je op straat je mooie-, ronde-, vettige buik laat zien laat je in wezen zien hoe rijk je bent: je buik als statussymbool!
De tour eindigt na drie dagen in 'district one', het centrum van Ho Chi Min City vanwaar we onze motorbiketour willen starten. Ondanks dat de meeste lokale mensen niet lijken te begrijpen waarom wij met de motorbike willen gaan en raden ons dit af. Als we uit proberen te leggen dat dit een fantastische manier moet zijn om het land en de bevolking beter te leren kennen stellen ze allemaal een tour met een bus, mini-van of 'easy rider' voor. Een 'easy-rider' is een vietnamees met een motor waar je 50 dollar per dag voor betaald om achterop te zitten om op die manier Vietnam te zien, veilig en makkelijk. Ondanks onze vastberadenheid stappen we met een licht getemperd enthousiasme de bus uit....

In Vietnam is het standaard ontvangstcommitte bij een bus vol touristen niet anders dan in Maleisie, Thailand en Cambodja. We raken aan de praat met een klein vrouwtje van in de 60 die verbazingwekkend goed engels spreekt en ons geheel vrijblijvend enkele kamers wil laten zien. Niet helemaal overtuigd van haar vrijblijvendheid en vriendelijkheid lopen we wat argwanend achter haar aan de straat over naar een smalle gang tussen twee huizen. We treden een soort dorp in een drukke stad binnen, met een doolhof aan kleine smalle steegjes waarin we vrijwel ogenblikkelijk de weg verliezen. Later leren we de weg in dit doolhof kennen en de mensen die in deze steegjes wonen doen me veel denken aan de karakters die Gijs Huijgen in zijn afstudeerproject Bohnhase heeft beschreven en getekend (www.gijskast.nl). Het boek 'Bohnhase' is een geillustreerd telefoonboek van mensen die aan de onderkant van de samenleving leven maar door middel van al-dan-niet illigale zaakjes te runnen het hoofd boven water kunnen houden. Niet achterover leunen en klagen, maar mouwen opstropen en kruimels rapen, 'hosselen', handelen en ruilen. Een kapster vanuit huis, een klusjesman enz. Het geillustreerde telefoonboek hebben we niet bij de hand, maar werkelijk alle huisjes zijn hier ook omgetoverd in een kleine handelsonderneming. De voordeur is bij geen van de huisjes aangewezig en vervangen door een soort verticaal opgehangen garagedeur. In de huisjes leeft, eet en werkt men. De een verhuurt kamers, de ander repareert of (ver-)maakt kleding en weer een ander speelt voor wasserette.
Het gevoel van argwanen wat onze kleine contactpersoon bij onze eerste ontmoeting opriep blijkt achteraf ongegrond. Ze is een ware lopende encyclopedie van Ho Chi Minh City en omgeving en een oprechte, eerlijke vrouw met een goed ontwikkelde handelsgeest. Ze stelt zich voor als 'Si' en legt uit dat de naam in het chinees 'lelijk' en in het vietnamees 'lente' bebetekent. Ze geeft zelf de voorkeur aan de vietnameese vertaling en wij vinden haar ook te schattig om haar de chineze toe te kennen. Si kijkt mij verward aan als ik tijdens een gesprek het woord 'agency' in mijn mond neem. Ik probeer het uit te leggen maar de uitleg van een vietnamees die ons gesprek afluisterde lijkt ze beter te snappen. 'Aaaah...' zegt ze en ze knikt begrijpend naar me. Ze vraagt een pen en schijft op de binnenkant van haar linkerhand 'edjensie'. 'This is how I learned english' zegt ze, wijzend naar het woord op haar handpalm.

De buurvrouw van onze contactpersoon 'Si' woont in een inimini hoekpandje waarboven een groot bord met 'Laudry' prijkt. Ze heeft in haar woonkamer van ongeveer 12 vierkante meter niet alleen een wasmachine staan en een matras liggen maar tegen de muur staat ook een motorbike! Niet de nieuwste (understatement..) helaas. De kappen aan de buitenkant zijn beschadigd met krassen en scheuren en de motor draait koud moeilijk stationair. Na een proefritje over de choatische straten van Saigon en het ondertekenen van het provosorisch opgestelde contract kunnen we het bijna niet geloven maar gaat onze droom toch echt door! We nemen de minpunten van de motorbike voor lief en wagen de gok. Een uur nadat we Si hebben ontmoet hebben we niet alleen een fantastische kamer in een huis waar vier generaties van een familie samenwonen, maar ook een motorbike geregeld!
De volgende dag voelen we ons als we de eerste meters op de motor maken een mix tussen een hells angel, Jurgen van den Goorbergh, Leon Luijks en Valentino Rossi. Nu lijkt onze Honda Wave met 110 cc totaal niet op een van de motoren waar deze mannen op rijden, maar we love the bike! We hebben de grote backpacks bij 'onze' Vietnamese familie gelaten en een kleine rugzak gepakt met alleen ruimte voor de basic spulletjes.
Ho Chi Minh uitrijden op een zondag is geen probleem qua verkeer maar wel qua navigatie... Niet dat er iets schort aan de manier van navigeren van Maike (ze was op geen foutje te betrappen deze weken) maar de wegen op de kaart zijn vaak nog in de maak of ze bestaan niet meer (tenminste dat zei Maike wanneer we toch per ongeluk 10km hadden gereden op een weg die uiteindelijk dood bleek te lopen). Daarnaast staan er in Vietnam maar zeer sporadisch borden langs de weg en als ze er al staan kunnen wij alleen maar een wilde gok doen naar wat erop staat.
Het verkeer in HCM en de rest van Vietnam lijkt op het eerste oog een chaotische warboel van agressieve opgefokte bestuurders. 'Gebruik je toeter niet als groeter' was ooit een slogan van VVN. VVV (Veilig Verkeer Vietnam) heeft waarschijnlijk 'gebruik je toeter graag als groeter' als slogan want het lawaai van de toeters is om gek van te worden en wekt in ons 'verwesterd brein' gelijk agressie op. Dit vindt alleen in ons brein plaats, want vreemd genoeg hebben we vanaf de eerste- tot de laatste dag vrijwel geen agressie in het verkeer gezien, hebben we niemand zijn motor aan de kant zien zetten om verhaal te halen bij een medeweggebruiker en zijn er geen middelvingers omhoog gestoken. Misschien komt dit laatse omdat een opgestoken middelvinger in Vietnam even weinig en even veel betekend als je wijsvinger in Nederland opsteken. Maar misschien heeft het er ook mee te maken dat je hier geen regels kan verbreken zoals in Nederland. De enige verkeersregel die er is, is in feite een regel uit de grote vaart: groot gaat voor klein. Als voetganger sta je onderaan de ladder en de vrachtwagens en bussen zijn het machtigst. Alle andere 'so called' regels doen er niet toe. Recht of links inhalen: est is egal, zoals de Duitsers zouden zeggen. 40 km/u of 120 km/u rijden op je motorbike maakt voor je medeweggebruikers niks uit. Iedereen gebruikt zijn of haar toeter om de andere weggebruikers er van op de hoogte te stellen dat je daar rijdt of iemand in wilt halen. En omdat er geen regels zijn rijdt iedereen allert en redelijk veilig.
De vietnamesen kennen alleen een offensieve vorm van rijden en voor Marc is het geen probleem om zich deze vorm eigen te maken (Maike doet ook een poging om de gashendel open te draaien maar aangezien we met 20 km/hr wel heel langzaam gaan blijft het bij een klein stukje). Alle gaatjes die in het Nederlandse verkeer te zien zijn, maar tegen de regels in zijn om te nemen, zijn hier de normaalste zaak van de wereld; een paradijs! Doordat sommige wegen meer doen denken aan Parijs-Dakar dan de verharde weg die ze op de kaart voor moeten stellen, lijkt het rijden op de motorbike in het hooggebergte meer op down-hill mountainbiken dan rijden op een motorbike. We genieten van de vrijheid die deze motorbike ons geeft en stoppen waar we willen. We rijden meer dan 1200 kilometer over prachtige wegen langs de kust, over de drukste snelwegen en over verlaten bergpassen. Eddie Vedder inclusief gitaar heeft zich gedurende de reis als derde persoon op de motorbike gevoegd. Zo nu en dan heeft het muziekale brein best smaak, gelukkig..!
Hieronder een paar foto's die we onderweg gemaakt hebben:
Over de 1A highway rijden we langs de kust naar het noorden.


's Morgens vroeg komen de vissersbootjes in het kustplaatsje Mui Ne aan om de vis te verkopen op het strand:


Verder op de motorbike en ook Maike rijdt een stukje.


Regenbuitje op komst!

Door de bergen richting Dalat..


Bij de Nederlandse Obesitas Kliniek begeleiden ze clienten met obesitas tientallen weken lang met als uiteindelijke doel een verandering van leefstijl: van onbewust en ongezond naar bewust en gezond. In het begin van het traject komt bijna iedere client in een fase terecht waarin ze ineens 'het licht' zien, positief in het leven staan, hun nieuwe leven en gewoontes omarmen en (gevoelsmatig-) voor deze keer echt voor eeuwig afscheid hebben genomen van hun oude leefstijl. We noemden als collega's onder elkaar deze fase gekscherend de 'honeymoon-fase'; alles is goed en positief en ze leven op een roze wolk (the future is now!).
Vietnam is voor ons een beetje als een 'honeymoon-fase' geweest. De negatieve kanten en plaatsen van het land hebben we wel gezien en we hebben niet alleen maar vriendelijke-, leuke- en eerlijke mensen ontmoet. Maar deze ervaringen hebben geen invloed op ons uit kunnen oefenen omdat we op een motorbike omgeven door een roze wolk door het land aan het cruisen waren. Zelfs kleine ruzietjes (ruzietjes? ruzietjes?) tussen ons tweeen, als we met een houten kont van het lange zitten, moe, hongerig en koud op zoek waren naar een slaapplek, heeft de roze wolk niet weggejaagd. Ook niet toen de hegemonie van onze Honda Wave abrupt tot een einde kwam door een serie van vier lekke banden en een vrouwelijke 'mechaniker' die ons voor 50.000 dong afzette. Ook niet wanneer we op weg naar het hooggelegen Dalat iedereen met winterjassen op de motorbikes zien zitten en wij bij de eerste schemering van de avond aan de voet van het gebergte alleen een t-shirt en 'shorts' aan hebben. Zelfs als we na vier uur klimmen met de motorbike naar 1800 meter hoogte klappertandend over de in wolken gehulde bergpas rijden verdween de wolk niet. Toen we na nog een uur rijden in het donker uiteindelijk lichtjes onderkoelt het eerste hotel binnentraden moet ik zeggen dat er een lichte kleurwisseling plaatsvond toen bleek dat de douche alleen koud water in haar resevoir had zitten, maar roze is ze altijd gebleven.
Ongeacht de 'negatieve' ervaringen, we vallen er niet af. Vietnam is een prachtig, veelzijdig en kleurrijk land en de mensen vriendelijk, nieuwsgierig en zeer gastvrij. Het blijft leuk om in de gehuchten onderweg, op de markten en kleine eettentjes het halve dorp om ons heen te zien scharen. Sommigen giebelen op een veilige afstand, anderen roepen heldhaftig 'Hello!' en sommigen proberen met handen en voeten verhalen te vertellen en een gesprek aan te gaan. Ook in dit land zijn we erg onder de indruk geraakt van de bevolking.

Eenmaal terug in Saigon zijn we blij dat wijzelf en de motorbike weer heel terug zijn. We ontmoeten een Vietnamees die samen met een Canadese vriend een bedrijfje heeft opgezet en naast bikini's en jurkjes ook oude motoren verkoopt (wat een prachtige combinatie). We zitten voor zijn shop een 'cafe da' te drinken als er een reiziger uit Alaska op zijn motor aan komt rijden. Vanuit het noorden van Vietnam heeft hij zijn oude russische Minsk naar Saigon gebracht. De combinatie van zijn en onze ervaringen vormen genoeg inspiratie voor onze volgende trip. Een land als Vietnam op deze manier bekijken is werkelijk uniek en we denken met gemengde gevoelens aan de AirAsia-vlucht die ons 's avonds naar Jakarta zal brengen.
Het vliegtuig vormt een soort decompressiekamer met vleugels die ons niet alleen duizenden kilometers verderop in een ander land neerzet maar die ook voor een tussenfase zorgt om ervaringen en gevoelens een plek te kunnen geven. De mixed feelings maken plaats voor een zeer tevreden en dankbaar gevoel. We hebben nog genoeg te ontdekken in Vietnam maar hebben in de tijd die we hadden maximaal kunnen ervaren en genieten. Dat we terug zullen komen is zeker en maakt het makkelijker om deze periode voldaan af te sluiten en de onontdekte gebieden en streken tot een volgende periode te bewaren. Nu kunnen we ons concentreren op Indonesie en net als op de boot in Vietnam gaat de LP van Indonesie pas in het vliegtuig open...
M&M
p.s.
'living the dream' -Indonesia-
's Nachts droom ik (marc) over een ochtendsessie bij opkomende zon. We liggen met z'n 2-en in het water, de zee is voor ons alleen en wij vormen samen de line-up. De baai wordt aan de rechterkant gevormd door hoge rotsen met daarop grote groene bomen die over de onderliggende golven hangen. Links zie ik het strand en een rij palmbomen die kilometers verderop overgaan in rosten met bebossing.
Ik word net voor de wekker wakker. Om 6:00 drinken we een warme- en zoete 'instant-cereal' en steken we de straat over met boardjes onder de arm. Niemand ligt in het water. De golven zijn rustig, langzaam, maar krachtig genoeg om je op te pakken en honderd meter 'down the line' op het strand af te droppen. Het water is warm genoeg om te surfen met alleen shorts en bikini. De zon komt op en we zien voorbij de rosten aan de linkerkant de vulkaan liggen...
Het klinkt als een cheesy reclameslogan, die ongetwijfeld al eens gebruikt is, maar momenteel is het gewoon zo: 'we're living the dream'.
De hele dag komt de grijns niet van onze gezichten af. Grijnzen en glimlachen lijken veel op elkaar maar zijn toch totaal anders. Beiden soorten lachen ontblooten niet de tanden maar dekken toch een andere lading. Vandaag grijnzen we. Van oor tot oor.


ps2.
By the way... Nadat we hadden gezien dat de statistieken van het aantal bezoekers en aantal reacties terugliep dachten we een goede grap te hebben in onze vorige titel die vast, naast meer lezers, ook voor verontwaardigde reacties zou zorgen bij het lezend publiek. Ok, wel meer lezers voor dit verhaal, maar geen reactie daarover...! Nul! Nou ja.... ;-)
Bordercrossings, Novotel-city en Brad Pitt & Angelina gespot in Cambodja!
Grensovergangen zijn altijd een beetje bijzonder. Gek hoe een stukje land binnen een paar meter ineens zo anders kan aanvoelen zonder dat je op het eerste oog kan beoordelen waarom. De grensovergang tussen Nederland en Belgie bijvoorbeeld. Vaak voel je precies wanneer je nog in Nederland of al in Belgie bent, zeker als je in de auto de grens passeert. Je voelt het direct aan de piepende vering en het gerammel van de auto als je je op Belgisch wegdek bevind. En al rijd je in een auto die alle schokjes hypermodern absorbeert door de kilometerslange electronica die onder de motorkap verstopt zit, dan voel je het misschien niet aan het wegdek, maar kan je het duidelijk zien aan de omgeving. Want hoewel de natuur tussen een Nederlands en Belgisch dorp niet veel verschilt, de andere bouwstijl en de electriciteitsdraden bovengronds verraden het leefgebied van de Belg direct.
Het was op vakantie vroeger ook altijd een beetje spannend om de grens over te gaan. Achterin de auto keek ik terug naar de streng kijkende grensbewakers en hoopte dat de auto van papa en mama niet overhoop gehaald hoefde te worden. Wanneer onze auto dan weer optrok zag ik langs de weg altijd wel iemand staan die 'de lul' was en een uurtje extra bij zijn reistijd kon rekenen.
Ondanks dat we alle papieren in orde hadden voor de grenscontrole tussen Thailand en Cambodja hadden we een uurtje extra bij onze reistijd gerekend. Je zou kunnen zeggen dat we ervanuit gingen dat wij dit keer 'de lul' zouden zijn. De lokale bus zet ons af bij het marktplein van het grensdorpje Aranyaprathet. Het standaard ontvangstcommitte van handelaren, taxichauffeurs en hotelbemiddelaars staat weer op ons te wachten als we de bus uitstappen. Ondanks dat we geen idee hebben waar we zijn en welke richting we op moeten lopen wuiven we alle aanbiedingen m.b.t. een taxi- of tuk-tukrit richting de grens weg. De verhalen dat de afstand naar de grens niet te belopen is, dat er geen bussen meer rijden of dat het zelfs verboden is om erheen te wandelen maken geen indruk op ons en we besluiten een aantal meter verderop water te kopen om zo aan de drukte te ontsnappen. Ondertussen zien we welke richting de grens op is en we besluiten een wandelingetje te wagen, we hebben tenslotte ruim zes uur bus erop zitten en een beetje beweging doet de mensch goed!
Met de grensovergang nog slechts enkele honderden meters verwijderd lopen we langzaam weg uit Thailand. We laten een redelijk ontwikkeld en georganiseerd land achter (al is dit gezien de huidige ontwikkelingen in Bangkok wellicht moeilijk te geloven....) en we kunnen zeggen dat Thailand ons erg goed is bevallen. Mede omdat hier voor 'ieder wat wils' is, van Full Moon-parties tot in stilte mediteren op een berg, van de hectiek in Bangkok tot de rust in het Khoa Yai National Park en van superzoete bananen-pancakes tot het pittigste eten 'ever'. We hebben een mooie tijd hier gehad en kijken uit naar de laatste drie weken van onze reis, wanneer we noord Thailand bezoeken.
Het wandelen over het middengebied tussen Thailand en Cambodja voelt bevreemdend. Ondanks dat geen land ooit echt van iemand kan zijn, voelt dit stuk land nog meer van niemand. Cambodja inlopend moeten we twee keer formulieren invullen, worden we nog voor 100 Baht afgezet (ondanks dat we ons zo hadden voorgenomen om niet meer dan de officiele prijs te betalen....) en duurt het gecontroleer tergend lang...
Sinds we uit Thailand gewandeld zijn worden we achtervolgd door een horde taxichauffeurs die ons ervan wil overtuigen dat er geen bussen meer rijden en dat de enige manier om in Seam Riep te komen, per taxi is. We geloven er niks van en zeggen 121 keer vriendelijk nee, nee, nee. Bij iedere controlepost raken we ze even kwijt, maar het lachen vergaat ons als we ze na de laatste controle weer bij de uitgang zien staan. De wc invluchten helpt niet, net zo min rondlopen over de overvolle rotonde in Poipet, Cambodja. We struikelen bijna over de bedelende kinderen, worden half overreden door de waterbuffels die overvolle houten karren voort trekken en worden knettergek van het getoeter, de schreeuwende mensen en het gezanik van die horde taxichauffeurs.


We pakken de gratis shuttlebus naar het busstation om er daar achter te komen dat er inderdaad geen bussen rijden en dat het begrip 'openbaar vervoer' in Cammbodja niet bestaat. We verdenken de mensen, die ons de informatie geven dat er geen bussen rijden, ervan dat ze onder een hoedje spelen met de taxichauffeurs. Maar we zien het 'hoedje' niet, bovendien begint het te schemeren en zonder andere reizigers in de buurt om te overleggen gaan we (met een wantrouwende Maike) toch overstag en stappen we de taxi in. We onderhandelen over de prijs en zien dat als we in de auto zitten de mannetjes van het busstation wat geld van de taxichauffeur krijgen... (ah, daar is toch het hoedje).
In 2006 heeft het magazine van National Geographic een artikel geschreven over de lijst van World Heritages locaties in de wereld. Het artikel heet 'top to bottom in World Heritage' en geeft daarbij dus al aan waar het artikel over gaat; het graderen van de 'WHO-sites', van slecht naar goed. Nu zijn we beiden niet erg beinvloedbaar voor dit soort 'ratings', het is immers vaak een mening van een auteur en daar hoef je het niet mee eens te zijn. Dat Angkor Wat bij de 'worst places to visit' was weggezet heeft ons dus ook niet bekommerd.

Een van de opmerkingen in het artikel was dat de hoeveelheid touristen massale proporties heeft aangenomen en dat er geen sprake is van enige regulering door de overheid. Dat er geen regulering is in het aantal accomodatiemogelijkheden zien we onmiddelijk wanneer we het stadje bij avondlicht binnenrijden. Siem Reap lijkt in het donker meer op Las Vegas dan een stadje in noord west Cambodja. Aan beide zijden van de weg wordt het boerenland en de van golfplaten gemaakte huizen ingeruild voor een kilometers lange strook aan hotels. De bijnaam 'Novotel-city' zegt voldoende.

De explosieve groei van dit stadje en de bijbehorende groei van het tourisme brengt, zoals altijd, positieve en negatieve effecten met zich mee. Positief is dat er vanuit internationale hoek financieel wordt bijgesprongen om de tempels op het terrein van Angkor Wat te restaureren en dat een (klein-) percentage van de bevolking van de vergrootte stroom touristen kan profiteren. Maar de stroom touristen zorgen voor het grootste deel van de bevolking in Siem Reap niet voor een grotere welvaart. De meeste touristen komen met een 'tour' het stadje binnen waarbij de overnachting (in een van de grote hotels), het vervoer en het eten al inbegrepen zitten. Daarnaast zijn er problemen met de distributie van o.a. voedsel en water, de toevoer van electriciteit en mogelijkheden tot afvalverwerking.
Ondanks dat ons hostel qua klantvriendelijkheid zeer ten wensen overlaat, i.c.m. bovenstaande negatieve effecten van de invloed van tourisme op deze stad bevalt ons Siem Reap vrij goed. We huren hier fietsen om de omgeving te verkennen en laten ons wederom verrassen wat 'de pot schaft' op de kleine plastic stoeltjes van de families in de buitenwijken.

We hebben al weken niet meer naar een weerbericht gekeken. Gedeeltelijk omdat het niet nodig is om te zien of het morgen nou 35 of 36 graden is, daarnaast kunnen we er toch niks aan veranderen en zal het weer onze plannen niet beinvloeden. In Nederland is 'buienradar' een favoriet bij ons, vooral voor we op de fiets stappen: wel of geen regenjasje mee? Maar aangezien een regenbui uitgesloten is gezien de 'dry season' hadden we 'het weerbericht bekijken' niet hoog op onze agenda staan.
We hadden er op onze eerste dag in Angkor Wat goed aan gedaan wel naar het weerbericht te kijken. Deze dag besluiten wij Angkor Wat een hele dag per fiets te gaan bezichtigen en tikt de thermometer de 42 graden met gemak aan. Met alle uitdrogingsverschijnselen aanwezig komen we aan het einde van de dag weer 'thuis' om tegen elkaar te zeggen dat we beter de volgende dag een tuk-tuk kunnen regelen (en die nacht niet aan geldbesparing doen en een dus een kamer met airco regelen).
Het zijn net parkeerplekken in 'down town' Eindhoven...als je er geen nodig hebt zijn ze overal, maar de volgende ochtend is geen tuk-tuk-driver te vinden zonder werk. Na wat rondvragen wordt er gewezen naar een tuktuk waarin iemand ligt te slapen. Mr. Lee is de enige chauffeur in de buurt die nog geen werk heeft en eenmaal in zijn tuk-tuk gekropen komen we erachter waarom. Niet alleen is de brommer van onze Lee zo langzaam dat we in worden gehaald door fietsers, Lee zelf lijkt te lijden aan een chronische vermoeidheid want het lijkt soms alsof hij wat in slaap sukkelt tijdens het rijden. En natuurlijk, deze dag is het bewolkt en 27 graden, een ideale dag om te fietsen.....

Ondanks de middelmatige rijvaardigheid van Mr. Lee, de nihile toegevoegde waarde van zijn informatie over de tempels en dat niet alleen hijzelf, maar ogenschijnlijk ook de paardenkrachten van zijn brommer regelmatig in slaap sukkelen, krijgen we sympathie voor de rustige Lee. Aan het einde van de dag komen we een prijs overeen voor de volgende dag en staan we om half zes 's ochtends weer paraat. We maken een grotere ronde buiten de muren van Angkor Wat en bezoeken o.a. de tempel Bantey Srei.

De oneliners en tactieken van de bedelende kinderen worden iedere dag ironisch genoeg grappiger. Sommige oneliners zijn zo goed en sterk dat je er bijna automatisch op reageert ('Mister, do you want to buy something?', 'No thanks, we don't need one', 'Okay, maybe you need two.....?') en het is niet te geloven dat deze kleine kinderen precies weten hoe ze je in kunnen pakken. Gelukkig blijven het kinderen en zijn ze snel genoeg afgeleid wanneer je met ze speelt en zijn ze eerlijk genoeg om te antwoorden dat ze 's middags naar school gaan, ondanks dat ze vijf minuten geleden 'dollars' hebben gevraagd om naar school te kunnen gaan....

Ondanks dat we maar 1,5 week in Cambodja zijn geweest hebben de mensen een diepe indruk op ons achtergelaten. De gruweldaden van de Rode Kmher liggen nog vers in het geheugen van de Cambodjaanse bevolking. Er zijn vele slachtoffers op straat te zien die een of meerdere ledematen hebben verloren door een van de vele duizenden landmijnen en gezien het ontbreken van enige financieel- en medisch vangnet zijn dit de enige mensen aan wie we op straat geld geven. We weten dat de meeste littekens van de oorlog niet zichtbaar zijn en hierdoor is het moeilijk te begrijpen dat ze zo integer en vriendelijk blijven, ogenschijnlijk zonder enig gekoesterde wrok. Dit heeft ook misschien te maken met het feit dat waarschijnlijk bijna alle mensen die nog in leven zijn vroeger bij de Rode Kmher aangesloten waren, aangezien de ene helft van de bevolking bij de Rode Khmer hoorde en de andere helft vermoord is... Toegegeven, het is een wat groffe berekening, maar het blijft een vreemde gedachte...
Desalniettemin heeft de bevolking van Cambodja een jarenlange geschiedenis van oorlog, armoede en politieke instabiliteit. Een complex land, met een complexe geschiedenis en een complexe (en corrupte-) manier van regeren. Naast de gruweldaden van de Rode Khmer heeft het kleine land in haar geschiedenis veel moeten lijden onder aanvallen en bezettingen van machtigere- en sterkere (buur-)landen. De 'Khmers' zijn door een hel gegaan en desondanks hebben ze een positieve instelling met een bijbehorende glimlach. Het lijkt erop dat Cambodja aan een lange- en langzame weg bezig is om zich te ontwikkelen en bij haar buurlanden aan te sluiten. Het land heeft zoveel meer te bieden dan Angkor Wat en de Killing Fields, we hebben er spijt van dat we maar zo kort in Cambodja kunnen blijven en hopen hier nog een keer terug te kunnen komen.

Het is 'dry-season' in Thailand en Cambodja en dus een tekort aan water. Beide landen zijn droog, dor, stoffig en staan voor de helft in brand. We missen water. Wat zou het heerlijk zijn om in de regenplassen op straat te kunnen springen, wat verkoeling te krijgen en het stof in de straten (tijdelijk-) te laten wegspoelen. Maar de regen blijft in dit deel van Azie uit, ondanks een prachtige regendans van ondergetekende in Angkor Wat.
Een grens oversteken met een fiets, auto, vliegtuig of gewoon lopend is 'oude koek'. Om eens een 'nieuwe koek' te proberen en vanwege onze behoefte aan water gaan we de grens tussen Cambodja en Vietnam per boot over! Een heerlijke tocht met een verkoelend briesje op een boot voor 50 man, waar we met nog 5 andere mensen het heel gezellig hebben.

Gefeliciteerd! Je hebt het weer gered tot de laatste letter....! Tot de volgende...!
M&M
De terreur van het muzikale brein en de drijvende non.
Ik heb de indruk dat de hersenen ('ons brein') o.a. tijdens twee activiteiten humor gebruiken.
1. Bij het binnenkomen van informatie in onze hersenen en dit onderverdelen in 'bewust' en 'onbewust'. Ik zou anders niet weten hoe het mogelijk is dat we de moeilijkste dingen kunnen leren en onthouden, maar in staat zijn eenvoudige artikelen op een boodschappenlijstje in je hoofd te vergeten.. ('niet vergeten brood mee te nemen') Dan sta ik weer in de supermarkt met het gevoel iets te missen in het mandje, maar ik kan er gewoon niet meer opkomen. Tot ik natuurlijk 'thuis' ben... Onbewust weet ik waarschijnlijk wel dat ik brood mee moest nemen, maar op een of andere manier vonden mijn hersenen het grappig om deze informatie 'tijdelijk op te bergen'.
2. Daarnaast gebruiken ze humor door middel van ons muzikale brein. Te pas en te onpas besluit deze mij soms te verblijden met 'hemelse muziek'. Toen ik nog windsurfte had ik tijdens een erg goede dag met 7Bft en een kolkende noordzee DooWop van de Hanson broertjes in mijn hoofd! Daar wordt je niet vrolijk van... Dan wil je Race Against the Machine of Metallica horen, niet die drie nurdo's uit LA... Maar een goede grap is het wel!
Op het moment dat we van vliegtuig wisselen in Kuala Lumpur begint de terreur van mijn muzikale kwab weer. Ditmaal is het Gerard Joling die me zoetsappig toezingt...'I got to buy me a ticket to the tropics....'!
Gezien onze bestemming best toepasselijk, al hadden wij het ticket al gekocht, maar goed. Na het goed ontwikkelde Maleisie en de jungle en bergen van Borneo wacht nu de zuidwest-kust van Thailand op ons; the tropics! En nadat ik Maike op de hoogte heb gebracht van mijn 'themesong' voor de vliegreis krijgen we het nummer niet meer uit ons hoofd. Het lijkt erop dat we een reispartner erbij hebben!
Misschien dat onze verwachtingen van Phuket voor een 'gekleurde visie' van de realiteit hebben gezorgd, maar Phuket is alles was we verwacht hadden. In het vliegtuig merken we dit al. De ene helft van het vliegtuig is vol met 'buffed' Aussies met kleine glazige oogjes van de Tiger-beers en andere helft met luidruchtige working-class russen en engelsen die naar hun langverwachte week vakantie snakken. Laten we zeggen dat er een andere sfeer hangt dan dat we in het vliegtuig van en naar Borneo hadden.
In een taxi rijden we naar ons hostel en komen we onder andere langs het met neon verlichtte Patong. Het touristenstadje is volgepropt met hotels, restaurants, thaiboks gelegenheden, bordelen en foute touristen. We rijden gelukkig door en landen in een gloednieuw gedeelte vlak langs de kust. Ook deze kustlijn is tijdens de tsunami volledig weggevaagd, iets wat tegenwoordig alleen nog te zien is aan de gloednieuwe, strakke gebouwen en de bordjes 'tsunami escape route'.
Na een dag houden we het voor gezien en boeken een bootticket naar Koh Phi Phi. Op de boot voeren de chinezen de boventoon en komen met golven tegelijk op het bovendek om foto's van zichzelf en hun familie te maken. Wij hebben hier twee plastic stoeltjes kunnen bemachtigen en zitten heerlijk in de ochtendzon te genieten van het prachtige uitzicht over de turquoise zee met kleine eilandjes en van de mensen om ons heen op de boot.

We zijn hier in Azie pas voor het eerst in aanraking gekomen met 'whitening creams' die de aziaten gebruiken. Het is een trend en schoonheidsideaal om wit te zijn. Een verkleurde huid wordt, denken wij, geassocieerd met werken op het land of in de bouw; de bevolkingsgroep die over het algemeen het minst kapitaalkrachtig is. Het doet ons denken aan europa in de 18e-19e eeuw. Toen waren er nog geen cremes en lotions op de markt, maar waren paraplu's in de zomer veel te zien en bedekten v.n. de vrouwen het liefst hun hele lichaam, uit angst voor een verkleurde huid. Nu zijn er genoeg cremepjes op de markt die voor een witte huid moeten zorgen en kunnen de dames dus desnoods zonder kleding midden in de zomer liggen bakken zonder bruin te worden! Lang leven de nano-technologie!
Met het aanbrengen van deze cremepjes en lotions houden twee meisjes voor ons op de boot zich voornamelijk bezig. Bijna non-stop blijven ze verschillende potjes en tubetjes met creme tevoorschijn halen uit de met (nep-) diamanten bekleedde D&G handtasjes. Als we naar links kijken zien we vier (zweedse?-) meisjes zitten met sigaretten en Bacardi Breezers. Terwijl ze kletsen maken ze ondertussen foto's van zichzelf met de breezer op de voorgrond en de prachtige zee met ochtendzon op de achtergrond.
Achter ons zit een groep engelse mannen van rond de 60 waarvan er een waarschijnlijk erg amusant kan vertellen gezien het bulderend gelach uit die hoek. De blikken bier blijven vanuit de koelkast naar deze hoek stromen. Gek genoeg lijken de groepjes opgepompte jonge australiers die we zoveel in het vliegtuig en op het eiland zagen hier in de minderheid. Maar als we goed kijken zien we dat ze verspreid over het dek ingesmeerd hun roes liggen uit te slapen.
Maike merkt op dat ze stiekem wel een beetje heimwee heeft naar Borneo. De sfeer en mensen sprak ons daar toch wat meer aan, ondanks dat het ondertussen wel erg leuk is om rond te kijken!
De boot komt op Koh Phi Phi aan en het is enorm hectisch op de aankomstpier. Drieentwintig verschillende taxichauffeurs willen je maar al te graag naar een hotel brengen waar zij commissie krijgen. Met longtail-bootjes i.p.v. 'echte' taxi's natuurlijk, aangezien er op het eiland geen wegen te bekennen zijn.
Gelukkig hoeven we dit keer niet te onderhandelen want we hebben ons hutje al geboekt en we worden door iemand van ons hostel opgehaald. We verblijven aan de oostkant van het eiland in een hutje aan het strand waar alleen tussen 18:30 en 6:30 electriciteit is en met een rif direct voor ons strand! Sweet!

Het leven zou soms makkelijker zijn als we geen verwachtingen hebben, een tegenvaller is dan zeldzaam en een verrassing is altijd om de hoek. We proberen ons deze mindstate toe te eigenen maar dit valt niet altijd mee. Vaak merken we dat we (onbewust-) toch bepaalde verwachtingen hadden van een bestemming, mensen of het type vervoer.
Phuket is precies zoals we verwacht hadden maar Koh Phi Phi valt op een aantal punten tegen. We verwachten van Koh Phi Phi het tropisch paradijs waar je aan denkt als je Geer hoort zingen. Ik bedoel, op een eiland waar stranden met namen als 'whitesand bay' en 'coconutbeach' verwacht je toch snel witte stranden,een turquoise gekleurde zee vol leven en een eiland met serene rust. Alles klopt, behalve het laatste, de serene rust is ver te zoeken. Je zou wat betreft Koh Phi Phi (en een flink aantal andere eilanden) namelijk kunnen spreken van een situatie van voor- en na de tsunami. Voor de tsunami waren grote gedeelten van de eilanden ofwel beschermt ofwel bewoont door de lokale bevolking. Toen alles na de tsunami weggevaagd was vormde dit een ideale prooi voor buitenlandse investeerders om het land op te kopen voor een appel en een ei. De hotels die verwoest waren zijn herbouwd, maar de investeerders konden nu ook bouwen op stukken land die voorheen onbereikbaar waren, omdat ze ofwel beschermd ofwel bewoond waren. Deze stukken land lagen na de tsunami voor het oprapen om verkocht te worden aan buitenlandse investeerders ipv terug te geven aan de lokale bevolking.
Thailand (en omliggende getroffen landen) waren toen erg afhankelijk van deze externe geldschieters om hun touristensector weer op te bouwen. Dit heeft voor o.a. phi phi geleid tot een overvloed aan grote hotels en resorts die per hotel vier tot vijf keer meer touristen kunnen herbergen dan vroeger. Het is dan goed voor te stellen wat dit met de 'serene rust' op een klein eilandje als Koh Phi Phi doet.... (Daarnaast hadden we de pech dat er van de 2 dagen 1,5 dag een chinees schip 20 meter voor ons strand voor anker lag om het eiland te voorzien van 'schoon' water voor douches e.d. De stationair draaiende motor vormde een goede test om onze 'zen' te bewaren en de humor hiervan in te zien! =) )
Positief was dat we een hangmat voor ons hutje hadden. Heel positief was het dat het spierwitte zand slechts een kleine klim naar beneden te vinden was. Als slagroom op de taart was het water warm, turquoise van kleur en vol leven! De zee lijkt op een reusachtig-, helder tropisch aquarium vol visjes die we nog nooit eerder hebben gezien en we creatieve namen geven. Helaas hebben we geen waterdichte camera maar het is werkelijk geweldig om tussen zoveel leven te zwemmen! Daarnaast was ons 'hutjes-resort' erg rustig met slechts 12 hutjes met privestrand. We merkten dat het enorm druk was op de rest van het eiland vanwege het komen en gaan van luidruchtige longtailboats die recht voor ons strandje op en neer varen om mensen op te halen en weg te brengen naar andere stranden verderop.
Uiteindelijk duurde het nog twee weken voor we het eiland van onze dromen gevonden hadden, maar Koh Lanta vormde een goede tussenpauze. Vanuit Koh Phi Phi was dit slechts anderhalf uur met de boot maar een enorm verschil in atmosfeer toen we voor het eerst voet op wal zetten. Een erg relaxed eiland waar we goed en goedkoop in een ander soort hutje (same same but different) aan zee konden zitten, het eilandje verkennen per brommer en waar we vooral heel veel niks konden doen.

Via het stadje Krabi op het vaste land vertrekken we naar Koh Phagnag, een eiland aan de oost-kust van Thailand. Na een heftige rit over de onverharde weg over de enige berg van het eiland komen we aan in de baai van onze dromen. Een baai omgeven door hoge rotsen en dichtbegroeide jungle. Een hutje (opnieuw ' same same but different' ) met een groot goed bed en schone badkamer voor weinig. En heerlijk eten om de hoek bereid door de locale mensen voor nog minder. De lokale bevolking is hier een stuk vriendelijker dan dat we tot nu toe in thailand hebben meegemaakt. De mensen vinden het heerlijk om contact te maken,ondanks dat de meeste weinig tot geen engels spreken.
Dit gedeelte van het eiland heeft een wat hippie-achtige sfeer waar we ons prima in thuis voelen. Het snorkelen valt tegen, maar iedere ochtend voor het ontbijt een duik nemen in het belachelijk warme en heldere water maakt alles goed. Daarnaast is de yoga-les een heerlijke manier van fysieke inspanning waarvan we de positieve effecten dagen erna nog voelen.
Het is even wennen als we na een aantal dagen in het drukke, vieze en hectische Bangkok aankomen. We vinden uiteindelijk onze weg en komen veel 'single serving friends' tegen die we in de afgelopen weken hebben ontmoet. Het is leuk om weer ervaringen uit te wisselen en biertjes samen te drinken. De voetmassages zijn heerlijk na een lange dag wandelen en we regelen ons visum voor Vietnam. We maken kennis met de oplichters in Bangkok zonder zelf opgelicht te worden en zien troepen militairen zich organiseren om zich voor te bereiden op de komst van 'the reds'.
Verkoeling vinden we ook in Bangkok nergens anders dan in de grote shoppingmalls. Midden op de dag dachten we dit ook te kunnen vinden in het grootste park van de stad. Verkoeling (en andere mensen-) waren nergens te bekennen, maar tot onze verbazing wel 1,5 meter lange varanen! En dat midden in de stad.... (foto komt misschien nog).
We besluiten de pingpong-shows voorlopig te vermijden en naar het westen, richting Kanchanaburi, te reizen.
Per trein over de 'death railway' komen we in het kleine en op het eerste oog onaantrekkelijke stadje aan. De stad verdiend nu voornamelijk haar geld met de treinrails die hier tijdens de 2e-wereldoorlog langs gelegd is. Er zijn hier velen 1000-en gevangenen van het Japanse leger omgekomen tijdens de erbarmelijke omstandigheden waarin gewerkt moest worden. De treinrails waren oorspronkelijk aangelegd om Thailand en Burma met elkaar te verbinden. Op deze manier konden de japanners veiliger hun wapens en troepen naar Burma sturen om zo de rest van Azie binnen te vallen. Een indrukwekkende en treurige geschiedenis die veel levens heeft geeist. De treinrails verbinden tegenwoordig te twee landen niet meer met elkaar en worden voornamelijk voor historische doeleinden gebruikt.
Ondanks dat het leek dat Kanchanaburi niet meer te bieden had dan deze treinrails en mooie watervallen krijgen we ieder uur een grotere connectie met het stadje. We vinden er onze weg en komen erachter dat de omgeving prachtig is. De eerste dag huren we een fiets en komen op die rustige manier van reizen in contact met de locale bevolking. Bij een tempel stoppen we om wat fruit te kopen en de tempel te bezichtigen. In de Lonely Planet lezen we dat deze tempel o.a. bekend staat voor haar 'floating nun', de drijvende non. Nieuwsgierig beginnen we rond te kijken waar dit 'onverklaarbare verschijnsel', deze gift van God te zien is. Tussen de onafgemaakte rommelige gebouwen zien we ineens een hoop chinezen de hoek om komen lopen. Als we deze hoek omkijken zien we een enorme vrouw nat, hoestend en proetsend op een plastic stoeltje zitten. Ze neemt geld in ontvangst en haar compagnon maakt onvriendelijk duidelijk dat we een hoeveelheid Baht moeten neertellen om in dit mini-colluseum te blijven. Na wat overleggen besluiten we ons bij de volgende groep chinezen aan te sluiten om te zien wat dit voor iets bijzonders is. Nadat iedereen op de ronde betonnen tribunes heeft plaatsgenomen glijdt de absoluut obese vrouw (BMI-schatting 65) het water in. Na wat ceremoniele gebaren gaat ze met ogen gesloten liggen, geeft zichzelf een zetje en blijft drijvend ronddraaien in het badje. Haar onvriendelijke compagnon spoort mensen wederom aan om (voor Buddha-) geld in het water te gooien. Verontwaardigd kijken we toe hoe de chinezen dit zonder blikken of blozen doen. Wij weigeren natuurlijk. Gezien haar BMI leek ons het drijven niet meer dan logisch....
Na vijf minuten en vele briefjes geld in het water later kruipt ze met hulp weer eruit en dat was het dan.... Absoluut de vreemste non die we gezien hebben en een nog vreemdere manier om geld in te zamelen!

(uit 'angst' om gedwongen te worden ook geld in het badje te gooien heb ik tijdens het drijven zelf geen foto's gemaakt.... Achteraf had ik dat beter gewoon gedaan. Maarja, achteraf weet je alles van tevoren... Ze zit overigens rechts naast de buddha.)
De volgende dag huren we een brommer en zien veel meer van de omgeving op weg naar de watervallen ten noorden. Onderweg stoppen we bij een klooster waar we voor het eerst weer helemaal niks horen... totale stilte en rust. We hoopten hier een meditatieles te kunnen volgen, maar helaas is dit alleen mogelijk voor een aantal dagen, niet voor een middag. We klimmen de 1420 trappen op naar een prachtige tempel met dito uitzicht. Hoog op de berg in deze grote lege tempel met glimmende vloeren en twee meter hoge buddha komen we even tot ons zelf en bouwen we als het ware onze eigen mediatiecursus in (al is het maar om bij te komen van de zware klim naar boven, althans wij vonden het zwaar. Te bedenken dat de nonnen dit dagelijks doen....poeh!).
Via het openbaar vervoer komen we na een dag in de bus in Ayutaya aan, bekend om zijn vele tempels die midden in de stad verspreid liggen. Het is er bloedheet, iedere dag tikt de termometer de 40 graden makkelijk aan. In de stad en om de tempels heen is geen tot weinig schaduw te vinden dus worden we min of meer gedwongen om voor zeven uur op te staan en in de middag zo min mogelijk te doen.
In tegenstelling tot de tempels vinden we hier ook cultuur in een levendige vorm, in de vorm van een Muay Thai festival. We besluiten een fietsje te huren en de 5 kilometer erheen te fietsen om de jankerige trompet/fluit te horen en enkele wedstrijden te zien.
Ook hier vinden we weer op de minst voor de hand liggende plek het heerlijkste eten uit de stad. Bij een piepklein soort restaurant gerund door een familie kookt 'moeders' heerlijk! Traditioneel, goedkoop en ze weten precies onze grens van het pittige eten te raken. Gelukkig is moeders in ieder geval productief, de rest van de familie lijkt overdag zijn roes uit te slapen van de whiskeys die rond een uur of vijf 's middags beginnen.
De 'overload' aan cultuur in combinatie met het droge- enorm hete seizoen doet ons snakken naar wat koelte. Op een paar uur rijden met de trein ligt het Khoa Yai National Park; time for nature! De temperatuur in het park is een stukje koeler vanwege de hogere ligging en de bosrijke omgeving.
We vinden een goed en goedkoop hostel, gerund door een duitser en zijn thaise vrouw. Wederom laten we het eten smaken en gaan we op een 2 dagen/1 nacht-trip in de jungle. 's Avonds zien we (ongeveer) drie miljoen vleermuizen hun grot verlaten. een natuurlijk fenomeen wat iedere avond bij zonsondergang plaatsvind als alle vleermuizen besluiten om in de jungle 15 kilometer verderop vliegjes te gaan eten. In de brochure vonden we het niet erg spectaculair overkomen maar in het echt was het prachtig om te aanschouwen.

We hebben voor de komende dagen een hyper-enthousiaste gids zoals we ook in Borneo hadden. Met hem maken we hikingtochten door de jungle, gaan we op olifantentocht (we volgen vooral de olifantenpoep), zien we 'black widow spiders', krokodillen en springen van een 12 meter hoge waterval. Het lijkt voorspelbaar te worden, maar ook dit was wederom fan-tas-tisch! We hoopten steeds Ursel de Geer tegen te komen zodat we oprecht 'het is hier fantastisch!!' in de camera konden roepen. Haha!

Na deze dagen beginnen we aan onze reis naar Cambodja, een nieuw avontuur! Bis schnell!
ps. We vinden het trouwens heel erg leuk om al die reacties te lezen van jullie! Wat tof dat enkelen het ook tot de laatste letter hebben gered =)
ps2.. In die reacties las ik o.a. van Suzanne dat ik vergeten was uit te leggen wat Lucille Werner in de titel te zoeken had? Moet ik dat echt uitleggen dan? Of hebben jullie Lucille Werner nog nooit zien lopen? En Maike nooit met spierpijn gezien...? Zo ja: do the math... =) Zo nee, dan tot de volgende 'ps' aan het einde van de update over cambodja.
De wet van Murphy, Lucille Werner en Jungle Paradise in Borneo.
Maike vind dat ik te lange intro's houd als ik iets wil vertellen. Vaak weet ik halverwege mijn intro ook niet meer de reden waarom ik die intro vertel. Dus ik denk dat ze (een beetje-) gelijk heeft; mijn intro's zijn vaak te lang.
Bijkomend nadeel is dat ik schrijf zoals ik praat. Dus of kort en bondig (meestal als ik honger heb) of, laten we zeggen, met lange intro's.
Inmiddels zijn zijn we alweer ruim twee weken in Thailand maar nog geen berichtgeving over Borneo!
Ik geef het gebrek aan geen computers om te schrijven de schuld. Maike mijn behoefte om lange intro's te houden.
Wederom denk ik dat ze (een beetje-) gelijk heeft.
Anyhow, voor het verhaaltje van Borneo kiezen we dus voor 'the middle of the road'. Hieronder een korte samenvatting van waar we geweest zijn en wat we gedaan hebben.
Daaronder komt wellicht nog een stukje voor de 'die-hards' en de mensen die zich vervelen tijdens het werk.
Van Kuala Lumpur zijn we naar Borneo, Kota Kinabalu gevlogen. Jungle, zee, wildlife en de beklimming van Mt. Kinabalu staan op het programma!
Na twee dagen de beklimming van de op een-na-grootste berg (4096 meter) van Zuid Oost Azie.
Klink stoer, het woord 'beklimming'. Stoer, maar misschien een beetje overdreven denken we van ter voren. We verwachten niet veel, een 'walk in the park', zoals de engelsen zouden zeggen. Misschien iets zwaarder dan de Hans Wudelhutte in Oostenrijk, maar meer niet.
Achteraf kunnen we zeggen dat we deze berg volkomen hadden onderschat. Het is waarschijnlijk de zwaarste fysieke beproeving geweest tot nu toe en dat hebben we de week erna zelfs nog gemerkt!
De accomodatie was basic en de tocht zwaar maar een ervaring die we beiden absoluut niet hadden willen missen. Vanuit de vochtige jungle stijgen we de eerste dag langzaam tot ongeveer 3.000 meter. Hier is onze accomodatie gevestigd, kunnen we douchen, rusten en eten. Maike merkt vrij weinig van de hoogte, ik heb daarentegen een zeurende hoofdpijn en wat coordinatieproblemen.
De volgende dag gaat om 1:05 de wekker. Rijst en bami van gisterenavond zijn opgewarmd. Voor Maike onmogelijk, voor mij bijna onmogelijk. Gelukkig hebben we 'instant-cerceal' meegenomen.
Met zaklampen gereed beginnen we de beklimming weer. Naar mate we hoger komen wordt ook mijn hoogteziekte erger en krijg wat meer coordinatieproblemen. Het laatste stuk is ontzettend steil en de pauzes worden wat frequenter. Veel zorgen kan ik me hier niet om maken, het uitzicht is ge-wel-dig en het voelt heel speciaal om langzaam boven de boomgrens uit te stijgen.
Omdat we in de kopgroep zitten zien we achter ons een spoor aan lampjes van de anderen mensen en daarboven de sterrenhemel. Prach-tig!
Op de top is het wachten op de zonsopkomt koud (erg koud) maar magnifiek. Als de zon eenmaal op is projecteerd de berg een grote punt achter ons in de lucht. (zoals op fototje bovenaan te zien is).

(niet helemaal 'strak' uitgevoerd deze assana, maar goed =) )

Dalen is altijd tricky. We zijn wat vermoeid en hebben met onze compagnon Ian een deal dat we vanaf de accomodatie binnen drie uur beneden willen zijn. Zonder ongelukken komen we beneden en zien we tot onze verrassing dat er een zeer luxe buffet klaar staat! Zo'n beetje alles kan terplekke vers worden bereid door een prive-chef. Spagetti, french fries, nasi goreng, thais- of maleis eten, gebakken banaantjes, alle soorten fruit, pancakes...... We eten genoeg voor de komende paar dagen, haha!
Daarna door naar een soort resort voor budgetprijzen midden in de jungle. Geweldige plek met houten huizen en alle mogelijkheden om volledig te relaxen en op adem te komen. Hier gaan we naar het Orang-Utang reservaat om het voeren van deze gezellige 'jungle man' te zien. Beetje Artis-achtig ondanks dat het reservaat midden in hun huis, de jungle, geplaatst is. We doen het toch, omdat de beesten zo schaars geworden zijn, dat we niet verwachten ze nog in real life tegen te gaan komen.
Tijdens de jungletrip die we in de twee dagen erna doen komen we erachter dat het onnodig was geweest, we zien er twee langs de oevers tijdens onze boattrip! Geweldig om te zien hoe deze enorme 'jungle mannen' heel delicaat in de top van een niet al te grote boom de takjes omvouwen tot een heel groot vogelnest. Na enkele minuten zien we ze zich opkrullen voor een goede nachtrust.

Overigens zagen we o.a. ook de neusapen, 101 verschillende soorten grote- en kleine vogels en de Pygmee-olifantjes, de kleinste van zijn familie! Klein mag overigens tussen aanhalingstekens gezet worden, aangezien ze ongeveer 2,5 - 3 meter groot worden..

De boottocht in de ochtend begint met een kopje koffie bij zonsopkomst..

Na deze jungletrip van 2 dagen komen we weer terug in Kota Kinabalu. We boeken een vlucht naar Phuket, Thailand. Als we wisselen van vliegtuig in Kuala Lumpur voelen we de atmosfeer veranderen. We belanden tussen de half dronken opgepomte Ozzies en naar goedkope parfum ruikende russen op zoek naar buckets voor de full moon-parties.. Maar hierover de volgende keer meer!
Groet! M&M
Iets langere versie:
Kuala Lumpur is een leuke, niet al te grote stad maar na enige dagen hebben we dit wel gehad. We beginnen al na een paar dagen reizen op de moderne backpacker te lijken die steeds op zoek is naar nieuwe ervaringen en prikkels, haha!
Genietend van een Ferrero Rocher als toetje kijken we neer op de Zuid Chinese zee. Het vliegtuig is op 'cruise-snelheid' stabieler en stiller dan dat je, afgaande op het interieur, zou verwachten.
We vinden in Kota Kinabalu een goed- en goedkoop hostel vanwaar we proberen activiteiten te organiseren in Borneo zelf. De beklimming van de Mount kinabalu staat al vast. Het kostte veel energie en verschillende emails om alle papieren in orde te krijgen maar het lijkt ons al het regelwerk en de (voor ons-) enorme geldbedragen meer dan waard.
Vol enthousiasme gaan we de volgende dag op onderzoek uit wat de mogelijkheden en de kosten zijn. Ons enthousiasme wordt al snel getemperd. Dat de touristische sector (nog-) niet 'booming' is op Borneo sprak ons in eerste instantie erg aan, maar nu komen we ook in aanraking met de keerzijde van dit feit. Individuele reizen zijn zo goed als onmogelijk door ontzettend hoge kosten. Accomodatie is schaars en vaak in handen van grote bedrijven die over een monopolie-positie beschikken en daardoor de prijzen behoorlijk opvoeren. Bovendien spreken groepsreizen ons niet zo aan. Het idee om met 20 man of meer onze fotolenzen op een moederschilpad en haar eieren te richten lijkt ons een beetje buiten de 'echte' natuurervaring te gaan.
We ontmoeten verschillende andere reizigers waarbij enkelen al bijna een week 'opgesloten' zitten in Kota Kinabalu om een trip te organiseren. Allen ervaren we dat het moeilijker, duurder en burocratischer is dan we in eerste instantie hadden verwacht.
Moe van twee dagen zoeken naar 'ons kopje thee' besluiten we om de volgende dag naar eiland voor kust te gaan en dan naar de voet van mount kinabalu af te reizen waar we de volgende ochtend de beklimming zullen beginnen.
Het kleine tripje naar het eilandje laat zeer duidelijke de vele schijven van de economische sector in borneo (en waarschijnlijk heel azie-) zien. Misschien moeten we er nog aan wennen, maar we worden gek van alle verschillende losse tickets voor een trip en plosteling opduikende nieuwe entreeprijzen.
Een boottochtje naar het kleine Sami voor de kust van Kota Kinabalu illustreerd dit prima. Deze boottrip leidt tot vier verschillende kaartjes, twee keer een toegangsprijs betalen die nergens aangegeven stond en uiteindelijk een prijs die drie keer de originele prijs was.
En nu zijn deze bedragen niet torenhoog, maar we krijgen steeds meer het gevoel dat wij als touristen iets teveel als wandelende dollars worden aangezien...
Al lijkt dit op geklaag, dat is het verre van..... na een kleine 10 minuut struinen door de jungle van het eiland sami (en de andere honderden bezoekers) vinden wij een klein strandje met heldergroen/blauw water met wit strand en palmbomen. We nemen een verkoelende duik met niemand anders in de buurt dan een soort zebra-nemo, een visarend en wij tweetjes. We zijn al snel al het bovenstaande vergeten.
De wet van Murphy.
Op de dag van ons vertrek lijkt deze wet eerder een vloek. En deze vloek lijkt ons de hele dag te achtervolgen. Toegegeven, achteraf is het veel minder verschrikkelijk dan dat wij het op dat momenten ervoeren. En, toegegeven, dit is een onderdeel van het reizen. Achteraf een leuke ervaring maar op het moment zelf een stuk minder...
Het begon eigenlijk bij onze driekeer zo dure boottickets en een erg volgepropt druk eilandje zonder noemenswaardig leven voor de kust vanwege beschadigd koraal door steeds verder opvoerende visserij.
Omdat we te laat vertrokken van het eilandje (de boot moest immers tot de NOK toe vol -haha-) hadden we geen tijd meer voor eten EN boodschappen doen voor onze beklimming de volgende dag. Dus dan maar boodschappen doen en de hongerige maag vergeten.
Seven-elevens (= 'locale' supermarktketen, overgekomen uit the states na de helpende hand van het IMF een aantal jaren geleden) zijn altijd zoek als je ze het hardst nodig hebt.
Minivans zijn altijd veel 'mini-er' als je honger hebt en veel bagage bij hebt.
De wegen zijn altijd veel slechter, de chauffeurs veel suicidaler in hun rijgedrag en natuurlijk is het plafon van het wagentje veel lager dan dat je je vorige keer kon herinneren.
Het is een rit van 3,5 uur en halverwege stoppen we voor wat eten. We stappen hongerig uit om even later te beseffen dat ik mijn moneybelt kwijt ben. Tijdens het zoeken propt de chauffeur ons weer terug in het autotje (we zijn 10 minuten verder) en besef ik met het schaamrood op mijn kaken dat mijn moneybelt (inclusief cash, creditcard, paspoort, enz enz enz) in de bagagekamer in ons vorige hostel ligt. GMBRRLLRLRL.............
Niemand in de minivan spreekt engels of snapt dat we moeten bellen, het wordt ondertussen donker en wat is eigenlijk het landnummer van maleisie?? Het hostel ligt een kilometer van de openbare weg midden in de jungle op een heuvel die de arme chauffeur (of arme minivan) amper op komt.
Als de minivan weer naar beneden rammelt komen we erachter dat onze kamer is vergeven aan 20-tal chinezen die net zijn binnengekomen. De eigenaar spreekt NUL engels (as in geen engels) en laat onder zijn huis aan het einde van een verlichte gang (waar het krieoelt van de insecten, lekker voor Maike) een kamer zien die we kunnen nemen. Oh, we hebben nog niet gegeten.. Eten is leeggekocht door de 20 chinezen en dichtstbijzijnde restaurant is op die openbare weg, 1,5 kilometer verderop. We moeten mijn paspoort zien terug te krijgen voor indentificatie bij de klim en ons arrangement van morgen.
We bellen het hostel met eigen telefoon en halen opgelucht adem als de moneybelt gevonden is. Omdat we hem morgenvroeg nodig hebben is enige optie laten brengen door taxi. Een taxirit laat in de avond en tijdens het familiefeest chinees nieuwjaar gaat in de papieren lopen.. We spreken bij de ingang van het Kinabalu Park (4km verderop) af en stappen de donkere jungle in, opweg naar de ontmoetingsplek en opweg naar eten. Hier lijkt de vloek van Murphy te eindigen, want ondanks dat de chauffeur wat te laat arriveert, komt hij wel. Alle documenten zijn weer op orde en ondanks dat we krap (Maike is klein beetje bangig en ligt dus samen met mij in een 1-persoonsbunk bed) en beetje viezig slapen vallen we als een blok in slaap.
De volgende ochtend arriveren we vroeg wederom bij de ingang van het Kinabalu Park voor de beklimming van de 4096 meter hoge berg, de grootste in zuid oost azie (na het himalaya gebergte). Een beklimming vinden we zeer stoer-, maar een beetje overdreven klinken. We verwachten niet veel, een 'walk in the park', zoals de engelsen zouden zeggen. Misschien iets zwaarder dan de Hans Wudelhutte in Oostenrijk, maar meer niet.
De eerder genoemde irritaties over alle losse tickets en onderaannemers die geld proberen op te strijken leidt onze ontmoeting met Paul in.
Terwijl Maike buiten de tassen prepareert sta ik binnen onze papieren te regelen. Ik wordt van loket naar loket gestuurd en moet wederom verschillende formulieren invullen. Bij het laatste loket moet ik even tekenen voor mijn gids. Gids? 'Euhm, we don't need a guide, thanks.' Het is immers een rechte weg en als ik zo om me heen kijk zijn we niet de enige. De dame achter het loket antwoord vriendelijk doch dringend dat het geen optie is, maar een verplichting. Verplichting?
Pfff... na wat zuchten en steunen zeg ik het toe en vraag ze of ik mij handtekening wil zetten het het onderstaande bedrag wil betalen. Ik weiger, hier heb ik geen zin meer in. 'sorry, than no climb for you sir' antwoord ze. GMBRLLGLGLGLRRR..... (beetje 'Schalluneke-achtig binnensmonds vloeken)
Het geld heb ik niet meer cash (o.a. door dit soort onverwachte kosten) en ik gooi mijn creditcard op de toonbank, en creditcards accepteren ze niet.. Ik zie onze klim al bijna in duigen opgaan en waarschijnlijk voelt ze aan dat ik bijna wil uitbarsten en zegt ze dat de enige mogelijkheid is om aan te sluiten bij een andere groep. Bijvoorbeeld bij mijn buurman, 'die wel alles betaald heeft' zegt ze er nog wat ironisch achteraan.. 'Sure! Right! Whatever, sign us up.' antwoord ik.
Terwijl ze de namen op de lijst schrijft hoor ik even later een stem naast me zeggen 'Hi, i'm paul' en zie zijn rechterhand in mijn blikveld verschijnen. Enigzins gegeneerd schud ik zijn hand en mompel ik mijn naam en een soort van excuses.
Dus geen beklimming met z'n 2-en maar met vier, Maike, Paul, onze gids en ik.
Een beklimming die zeker GEEN 'walk in the park' was, wat in het korte stuk al beschreven is.
De rest van Borneo blijft voorlopig alleen nog ouderwets geschreven en nog niet digitaal. We zullen eerst een update geven over ons leven nu, in Thailand.
Mijn oom schreef het op een kaartje, onze ouders en vrienden hebben het tegen ons verteld: Het gaat niet om het doel, maar om de reis ernaar toe. Toegegeven, op het moment dat de wet van Murphy je de hele dag achtervolgt of als we tijdens een vier uur durende busreis twee kinderen vier uur lang kotsend naast ons hebben willen we dit weleens vergeten.
Maar hoe 'corny' of zoetsappig het ook moge klinken, we genieten nog steeds volop van het reizen! We vinden het heerlijk om iedere dag het onbekende op te zoeken, verrast te worden, op prachtige plekken te zijn en interessante nieuwe mensen te ontmoeten.
So far so good. Tot de volgende. Groet!
Marc & Maike
Bevroren zweetdruppels....
Greetings!
Eerste teken van leven uit het Verre Oosten. We zijn, na een lange vlucht, veilig en goed aangekomen. Dat vliegtuigstoelen eigenlijk veel te klein zijn voor mensen met obesitas wist ik allang, maar dat ze officieel ook te klein zijn voor mensen groter dan 186cm weet ik nu zeker.. Terwijl ik zuchtend en kreunend hoopte dat de uren snel voorbij zullen vliegen lag Maike lekker opgekruld te slapen...
Gelukkig ben ik zelf ook nog eventjes in slaap gedommeld. Toen ik mijn ogen opende zag ik de 'working class' engelsman schuin voor me zijn lange broek en trui verruilen voor een 3/4 Nike trainer en bijpassend nike shirt. Hmmm, niet helemaal wakker worden zoals ik in mijn hoofd had..
Als de daling wordt ingezet zien we wat van het landschap en valt het op dat ze aan 'de verkeerde kant' rijden. Na een soepele landing lopen we het trappetje af om voor het eerst Aziatisch grondgebied aan te raken als de eerste 'holy crap' over mijn tong rolt. Een klamme, zeer warme wind slaat ons deze avond tegemoed. Nu pas beseffen we dat ze in o.a. Artis goed werk hebben verricht om een kas met trpoisch klimaat na te bootsen, want het voelt alsof we in een van die kassen geland zijn. Vanuit de sneeuwstormen in NL naar de klamme hitte in KL, woeohoe! We gaan vervolgens met zeer gematigd tempo maar een big smile het trappetje verder af.
Als we het vliegveld binnenlopen bevriezen onze verse zweetdruppels al gelijk vast... De tweede 'holy crap' rolt over mijn tong... Krachtige aircotjes hebben ze hier. Later komen we erachter dat dit overal zo is en dat 'my man' Wanto idd gelijk heeft toen 'ie zei dat het verstandig is om niet een dag airco in, airco uit te lopen.
Douane gaat soepel, al kostte het wat moeite om tussen de honderden schrijvende mensen ook een 'visa application form' te vinden. Gewend aan de ondertussen aangename koelte kopen we een ticket voor de bus naar Kuala Lumpur. Buiten worden we wederom verrast door het grote temperatuursverschil, maar ook door de variateit van geuren! Wierrook, kruiden, eten, uitlaatgassen, wauw!
De bus hebben we vlug gevonden en ik kom naast een reusachtige Hindoestaan te zitten. Maike is zodra we op de snelweg zijn al in slaap gevallen. Het voelt een beetje surreal om op een snelweg te zitten midden door de jungle (voor mijn gevoel) met rondom ons donkere luchten, geen regen maar wel meerdere zeer hevige bliksemflitsen. De bus beweegt zich langzaam maar soepel door het verkeer en de brommertjes en we arriveren binnen 45 min in KL.
We hadden in Nederland al een hostel in KL geboekt, wat midden in Chinatown ligt. Hier maken we voor het eerst kennis met de ontzettend vriendelijke bevolking. Goed, schoon en relaxed hostel. We hadden niks anders verwacht van een hostel dat 'Reggea Hostel' heet.
De afgelopen dagen veel van KL kunnen zien. Korte highlight:
De aapjes bij de Batucaves. Oh, en de Batu Caves zelf natuurlijk. Het moet voor de Hindoestaanse gelovigen uiterst spannend zijn om de offers via de steile trap naar de tempel te brengen die de aapjes aanzien als heerlijke snacks! En voor de aapjes... tja, volgens mij zijn deze overleden en in hun hemel beland! De grot en omringende bossen zijn immers hun natuurlijke leefgebied en het eten wordt zo de 272 meter steile trappen opgedragen! Het valt ons nog mee dat er geen obese aapjes tussen zitten!


Skybar; bar tegenover de Petronas Towers. Zeer chique, hippe en dure club die naast een spa en een zwembar een perfect uitzicht heeft op de twee torens, werkelijk prachtig! De drankjes waren (voor Maleische begrippen-) zeer duur, maar de moeite waard!

Na de eerste ha rolde de derde 'holy crap' eruit... Heerlijk..! We hebben wel geleerd toch eventjes te vragen of het 'spicy' of 'non spicy' is... Gelukkig is er (niet alleen voor Maike) ook zoet eten; roti pisang is omgedoopt tot favo van Maike!
Vandaag even een kijkje genomen in de grootste indoorshoppingmall van Azie... De grootste cinema van KL en een bowlingbaan zitten erin verstopt. Maar redelijk bizar is toch wel de indoor achtbaan....! Oh, en ze hebben ook nog winkels.. Tien verdiepingen winkels... Wij vonden het na een half uurtje toch een beetje creepy worden...

Nog twee dagen kunnen we hier besteden en dan hebben we het ook wel gehad met the big city. We hebben gisteren een ticket naar Kota Kinabalu op Borneo geboekt! We vetrekken maandagavbond en blijven er 10 dagen. Beklimming van Mt. Kinabalu en snorkelen lijkt ons een prima plan. We'll keep you posted!
Oh, en last but not least... Het regent hier ook wel eens. Nu zijn wij alleen maar Hollandse regen gewend die lang duurt maar miezert...



M & M
Winterwonderland...
Eerste 'post' voor ons reisblog! Gegroet!
Hieronder een foto van gisterenmiddag. Een 'sneeuwstorm' terwijl ik een hostel aan het zoeken was in Kuala Lumpur waar het 35 graden is...!

De komende periode zullen we hier zo nu en dan wat zinnige- en onzinnige verhaaltjes posten vanuit het Verre Oosten.